
 |
|
M104 was het eerste object dat
later aan de Messier catalogus werd toegevoegd. Charles Messier
beschreef het object op 11 mei 1781 als een "zeer vage nevel."
Tegenwoordig ook wel bekend als de Sombrero nevel. Nu we weten
dat het een sterrenstelsel is, noemen wetenschappers het meestal
ook wel het Sombrero stelsel. De foto is al twee jaar (in 2004
en in 2005) verkozen als beste Hubble foto in de Hubble
competitie op AstroStart.
|

 |
|
De Cassini ruimtesonde draait
sinds 2004 in een baan om de planeet Saturnus. Dagelijks maakt
de sonde mooie foto's zoals de foto links. Daarop zie je de maan
Dione en op de achtergrond zie je de atmosfeer van Saturnus en
haar ringen. Ook de schaduw van de ringen is zichtbaar op de
atmosfeer van de ringenplaneet.
|

 |
|
De Boomerang nevel bevindt zich op
een afstand van 5000 lichtjaren bij ons vandaan in het
sterrenbeeld Centaurus. Dagelijks stoot de ster gas en
stofdeeltjes uit met een snelheid van bijna 600.000 kilometer
per uur. Als je in het echt naar de nevel kijkt, dan zie je
echter niet zoveel kleuren als op deze foto. De foto is gemaakt
door de Hubble Space Telescope.
|

 |
|
Op een afstand van 7000 lichtjaren
bevindt zich de Arendnevel. Het hoogtepunt aan Messier Object 16
zijn nog wel de drie gaszuilen in het midden. Deze hebben een
lengte van ongeveer een lichtjaar en verbergen jonge sterren.
Deze gaszuil maakt echter geen deel uit van de drie bekende
gaszuilen, maar is een andere gaszuil uit deze nevel.
|
 |
|
Dit is een van de twee foto's die
we van de Hubble kregen voor zijn vijftiende verjaardag in 2005.
De andere, een detailfoto van de Arendsnevel, staat hierboven.
Op deze foto is de Draaikolknevel (M51) te zien, die contact
heeft met zijn satelliet. Andere mooie kenmerken zijn de
spiraalarmen, die vooral gevuld zijn met jonge sterren, en de
gelige kern, die vooral bewoond wordt door oude sterren. De foto
behoort tot de scherpste foto's van Hubble ooit.
|

 |
|
Op 4 juli 1054 zagen Chinese
astronomen een heldere ster die overdag zichtbaar was. Een ster
explodeerde toen in het sterrenstelsel Stier en dit heeft
geresulteerd in de Krabnevel. Met een redelijke telescoop is
deze in de winter zichtbaar. Je ziet dan een vage koffievlek aan
de hemel. De nevel breidt zich steeds meer uit, dus op een
gegeven moment zal de nevel nauwelijks of niet meer zichtbaar
zijn. Echter kan dit nog wel eeuwen duren.
|

 |
|
De Kattenoognevel, ook wel NGC
6543 genoemd, werd in 1786 ontdekt door de astronoom William
Herschel. NGC 6543 is een bijna symmetrische planetaire nevel.
Deze foto is gemaakt met de Hubble Space Telescope van NASA. |

 |
|
Op een afstand van 70 miljoen
lichtjaren ligt bevindt zich het sterrenstelsel NGC 1300. Het is
een balkspiraalstelsel en heeft een lengte van 100.000 lichtjaar.
Kijk eens goed in het centrum, want daar zie je ook een
spiraalstructuur. Deze foto werd door de Hubble Space Telescope
gemaakt in het jaar 2004.
|
 |
|
Deze foto van de Hubble Space
Telescope toont twee sterrenstelsels die contact hebben met
elkaar. Echter geen liefdescontact, je zou het meer een oorlog
kunnen noemen. De zwaartekracht zorgt ervoor dat deze
sterrenstelsels, links NGC 2207 en rechts IC 2163, uit elkaar
gerukt worden. De vorm van IC 2163 is al veranderd en lange
slierten van gas en sterren van 100.000 lichtjaar lang vliegen
door de zwaartekracht de leegte in. Uiteindelijk, miljarden
jaren van nu, smelten de twee stelsels samen tot één groot
stelsel. Helaas staat ons melkwegstelsel ook zo'n lot te
wachten: het sterrenstelsel Andromeda (M31) komt recht op ons
af.
|
 |
|
Nog twee sterrenstelsels in
botsing, maar dan in een al verder gevorderd stadium. Deze twee
hebben één naam in de New General Catalogue: NGC 4676, en staan
in het sterrenbeeld Coma Berenices (Haar van Berenice), op 300
miljoen lichtjaar afstand. NGC 4676 heeft al de bijnaam 'de
Muizen' gekregen vanwege de lange staarten van gas en sterren
die uit de stelsels geslingerd worden. De sterren in die
staarten vallen in een later stadium of terug, of vormen een
halo rond het nieuwe elliptische sterrenstelsel dat over
miljoenen jaren zal zijn ontstaan.
|
 |
|
Deze detailfoto van de Arendsnevel
(M16) is in 1995 gemaakt door de Hubble Space Telescope en wordt
door veel mensen beschouwd als de mooiste foto van de Hubble
ooit. Op de foto zie je drie enorme zuilen van gas, waar sterren
worden geboren. De sterren ontstaan aan de uiteinden van de
'slurfjes' die uit de zuilen steken. De zuilen zijn lichtjaren
lang en staan op een afstand van 6.500 lichtjaar in het sterrenbeeld Slang. Ook de zon is
ontstaan uit wolken van gas en stof, 4,5 miljard jaar geleden.
|
 |
|
Dit plaatje is een compositie van
een aantal foto's van Mars die de Hubble Space Telescope heeft
genomen omstreeks de tijd van de oppositie. Sinds de reparatie
van de Hubble in 1993 zijn er 6 van zulke opposities geweest: in
1995, 1997, 1999, 2001, 2003 en 2005. Je ziet duidelijk het
verschil in afstand: in 2003 stond Mars het dichtstbij voor een
periode van 60.000 jaar, toen hij slechts 56 miljoen kilometer
weg stond. Het deel van Mars dat naar de aarde gericht is,
verschilt door de jaren heen, waardoor we steeds een andere
aanblik krijgen van Mars. Zo kun je zien dat de zuidpool van
Mars gemakkelijk te zien was in 2003, in tegenstelling tot 1997,
toen de noordpool juist beter te zien was.
|
 |
|
Niet alleen de aarde heeft
poollicht. Ook Saturnus bijvoorbeeld heeftn poollicht, zoals
hier in beeld is gebracht door de Hubble Space Telescope. Deze
drie foto's zijn genomen op respectievelijk 24, 26 en 28 januari
2004 in het ultraviolet. Net als op aarde verschilt de
intensiteit van het poollicht ook op Saturnus. Op de eerste foto
is het nog wat zwakjes, maar in de loop der tijd kwamen er
steeds meer energetische zonnedeeltjes het magnetisch veld van
Saturnus binnen, dat resulteerde in intenser poollicht, zoals te
zien is op de twee andere foto's.
|
 |
|
Op deze foto zie je de planeten
Uranus (links) en Neptunus (rechts). De bovenste twee tonen
Uranus en Neptunus in hun natuurlijke kleuren, zoals gezien door
de Hubble Space Telescope. In de onderste foto gebruikte Hubble
verschillende kleurenfilters om kenmerken te tonen die we met
het blote oog niet kunnen zien. In de eerste plaatjes lijken
Uranus en Neptunus een tweeling, maar op de onderste plaatjes
zijn er grote verschillen, zo is er aan de wolkenbanden van
Uranus te zien dat hij 90º gekanteld is. Bij Uranus is bovendien
meer contrast tussen de beide polen (links en rechts). |