Dag in beeld
1971 | Eerste rover op de maan, tijdens de Apollo 15 missie.
2005 | Wetenschappers maken de ontdekking bekend van een 10de planeet in ons zonnestelsel, groter dan Pluto.
Advertentie
Website statistieken
Meest actieve leden
Deze leden hebben deze maand de meeste reacties geplaatst.

Foto's en afbeeldingen


  M104 was het eerste object dat later aan de Messier catalogus werd toegevoegd. Charles Messier beschreef het object op 11 mei 1781 als een "zeer vage nevel." Tegenwoordig ook wel bekend als de Sombrero nevel. Nu we weten dat het een sterrenstelsel is, noemen wetenschappers het meestal ook wel het Sombrero stelsel. De foto is al twee jaar (in 2004 en in 2005) verkozen als beste Hubble foto in de Hubble competitie op AstroStart.
 

  De Cassini ruimtesonde draait sinds 2004 in een baan om de planeet Saturnus. Dagelijks maakt de sonde mooie foto's zoals de foto links. Daarop zie je de maan Dione en op de achtergrond zie je de atmosfeer van Saturnus en haar ringen. Ook de schaduw van de ringen is zichtbaar op de atmosfeer van de ringenplaneet.
 

  De Boomerang nevel bevindt zich op een afstand van 5000 lichtjaren bij ons vandaan in het sterrenbeeld Centaurus. Dagelijks stoot de ster gas en stofdeeltjes uit met een snelheid van bijna 600.000 kilometer per uur. Als je in het echt naar de nevel kijkt, dan zie je echter niet zoveel kleuren als op deze foto. De foto is gemaakt door de Hubble Space Telescope.
 

  Op een afstand van 7000 lichtjaren bevindt zich de Arendnevel. Het hoogtepunt aan Messier Object 16 zijn nog wel de drie gaszuilen in het midden. Deze hebben een lengte van ongeveer een lichtjaar en verbergen jonge sterren. Deze gaszuil maakt echter geen deel uit van de drie bekende gaszuilen, maar is een andere gaszuil uit deze nevel.
 
  Dit is een van de twee foto's die we van de Hubble kregen voor zijn vijftiende verjaardag in 2005. De andere, een detailfoto van de Arendsnevel, staat hierboven. Op deze foto is de Draaikolknevel (M51) te zien, die contact heeft met zijn satelliet. Andere mooie kenmerken zijn de spiraalarmen, die vooral gevuld zijn met jonge sterren, en de gelige kern, die vooral bewoond wordt door oude sterren. De foto behoort tot de scherpste foto's van Hubble ooit.
 

  Op 4 juli 1054 zagen Chinese astronomen een heldere ster die overdag zichtbaar was. Een ster explodeerde toen in het sterrenstelsel Stier en dit heeft geresulteerd in de Krabnevel. Met een redelijke telescoop is deze in de winter zichtbaar. Je ziet dan een vage koffievlek aan de hemel. De nevel breidt zich steeds meer uit, dus op een gegeven moment zal de nevel nauwelijks of niet meer zichtbaar zijn. Echter kan dit nog wel eeuwen duren.
 

  De Kattenoognevel, ook wel NGC 6543 genoemd, werd in 1786 ontdekt door de astronoom William Herschel. NGC 6543 is een bijna symmetrische planetaire nevel. Deze foto is gemaakt met de Hubble Space Telescope van NASA.

  Op een afstand van 70 miljoen lichtjaren ligt bevindt zich het sterrenstelsel NGC 1300. Het is een balkspiraalstelsel en heeft een lengte van 100.000 lichtjaar. Kijk eens goed in het centrum, want daar zie je ook een spiraalstructuur. Deze foto werd door de Hubble Space Telescope gemaakt in het jaar 2004.
 
  Deze foto van de Hubble Space Telescope toont twee sterrenstelsels die contact hebben met elkaar. Echter geen liefdescontact, je zou het meer een oorlog kunnen noemen. De zwaartekracht zorgt ervoor dat deze sterrenstelsels, links NGC 2207 en rechts IC 2163, uit elkaar gerukt worden. De vorm van IC 2163 is al veranderd en lange slierten van gas en sterren van 100.000 lichtjaar lang vliegen door de zwaartekracht de leegte in. Uiteindelijk, miljarden jaren van nu, smelten de twee stelsels samen tot één groot stelsel. Helaas staat ons melkwegstelsel ook zo'n lot te wachten: het sterrenstelsel Andromeda (M31) komt recht op ons af.
 
  Nog twee sterrenstelsels in botsing, maar dan in een al verder gevorderd stadium. Deze twee hebben één naam in de New General Catalogue: NGC 4676, en staan in het sterrenbeeld Coma Berenices (Haar van Berenice), op 300 miljoen lichtjaar afstand. NGC 4676 heeft al de bijnaam 'de Muizen' gekregen vanwege de lange staarten van gas en sterren die uit de stelsels geslingerd worden. De sterren in die staarten vallen in een later stadium of terug, of vormen een halo rond het nieuwe elliptische sterrenstelsel dat over miljoenen jaren zal zijn ontstaan.
 
  Deze detailfoto van de Arendsnevel (M16) is in 1995 gemaakt door de Hubble Space Telescope en wordt door veel mensen beschouwd als de mooiste foto van de Hubble ooit. Op de foto zie je drie enorme zuilen van gas, waar sterren worden geboren. De sterren ontstaan aan de uiteinden van de 'slurfjes' die uit de zuilen steken. De zuilen zijn lichtjaren lang en staan op een afstand van 6.500 lichtjaar in het sterrenbeeld Slang. Ook de zon is ontstaan uit wolken van gas en stof, 4,5 miljard jaar geleden.
 
  Dit plaatje is een compositie van een aantal foto's van Mars die de Hubble Space Telescope heeft genomen omstreeks de tijd van de oppositie. Sinds de reparatie van de Hubble in 1993 zijn er 6 van zulke opposities geweest: in 1995, 1997, 1999, 2001, 2003 en 2005. Je ziet duidelijk het verschil in afstand: in 2003 stond Mars het dichtstbij voor een periode van 60.000 jaar, toen hij slechts 56 miljoen kilometer weg stond. Het deel van Mars dat naar de aarde gericht is, verschilt door de jaren heen, waardoor we steeds een andere aanblik krijgen van Mars. Zo kun je zien dat de zuidpool van Mars gemakkelijk te zien was in 2003, in tegenstelling tot 1997, toen de noordpool juist beter te zien was.
 
  Niet alleen de aarde heeft poollicht. Ook Saturnus bijvoorbeeld heeftn poollicht, zoals hier in beeld is gebracht door de Hubble Space Telescope. Deze drie foto's zijn genomen op respectievelijk 24, 26 en 28 januari 2004 in het ultraviolet. Net als op aarde verschilt de intensiteit van het poollicht ook op Saturnus. Op de eerste foto is het nog wat zwakjes, maar in de loop der tijd kwamen er steeds meer energetische zonnedeeltjes het magnetisch veld van Saturnus binnen, dat resulteerde in intenser poollicht, zoals te zien is op de twee andere foto's.
 
  Op deze foto zie je de planeten Uranus (links) en Neptunus (rechts). De bovenste twee tonen Uranus en Neptunus in hun natuurlijke kleuren, zoals gezien door de Hubble Space Telescope. In de onderste foto gebruikte Hubble verschillende kleurenfilters om kenmerken te tonen die we met het blote oog niet kunnen zien. In de eerste plaatjes lijken Uranus en Neptunus een tweeling, maar op de onderste plaatjes zijn er grote verschillen, zo is er aan de wolkenbanden van Uranus te zien dat hij 90º gekanteld is. Bij Uranus is bovendien meer contrast tussen de beide polen (links en rechts).
Agenda van

Laatste forumberichten
Poll
© Tim Kraaijvanger | 2002-2007