|
Geschreven door Marcel-Jan Krijgsman op
maandag 30 november 2009
|
|
|
STS-129 is een picture perfect missie geweest. Op tijd gelanceerd, succesvolle ruimtewandelingen en vrijdag landde het ook weer volgens planning. Tijdens de missie werden twee rekken met reservemateriaal en experimenten gelanceerd. Het enige wat mis ging, was dat het Astrostart artikel over de missie niet op tijd was. Daarom heb ik er een uitgebreide terugblik van gemaakt.
 Het embleem van missie STS-129. De vierkante vorm met de gele vierkante rand daarin symboliseert de twee ExPRESS logistieke paletten die naar ISS gebracht gaan worden. De drie lijnen met de gele ellips erom staan voor het astronautensymbool. Het silhouet van de shuttle is te zien voor de zon en ISS hangt daarboven. Verder vinden we de Maan en Mars in het embleem, waar NASA eens naartoe wil. Er zijn tenslotte 13 sterren die symbolisch zijn voor de kinderen van de astronauten (tijdens de vlucht kwam nummer 14, en werd astronaut Bresnick voor de tweede keer vader). Ruimtestation ISS bestaat deze maand al 11 jaar en tijdens zo'n levensduur moet er wel eens iets vervangen worden. Gyroscopen die zo'n groot complex in de juiste stand moeten houden, houden het na een jaar of vijf wel voor gezien (in ieder geval de oudere modellen). Batterijen kun je, net als die van electrische apparaten op Aarde, maar een aantal maal opladen. En dan is er nog de behoefte aan extra koelingsstof (ammonia) en stikstof. De meeste van die zaken komen in een verpakking die te groot is om met iets anders dan met de shuttle te lanceren en aan de buitenkant van ISS te bevestigen. Dus NASA heeft voorzien in vier logistieke paletten die op ISS bevestigd worden. De zogenaamde ExPRESS Logistics Carriers waren oorspronkelijk bedoeld voor experimenten, maar vermoedelijk hebben ze een logistieke functie gekregen toen aangekondigd werd dat het shuttle programma ophield. Er worden overigens nog wel experimenten bevestigd aan de (straks) vier palletten. ExPRESS-3 moet door STS-134 in juli 2010 gebracht worden en ExPRESS-4 door STS-133 op de allerlaatste shuttlevlucht in september 2010.  De laadbak van Atlantis met ExPRESS Logistics Carriers 1 en 2. De bemanning  De astronauten van STS-129. Vooraan staan commandant Charlie Hobaugh en piloot Barry Wilmore. Daarachter, van links naar rechts: missiespecialisten Leland Melvin, Mike Foreman, Robert Satcher en Randy Bresnik. Astronaute Nicole Stott, die nog aan boord van ISS was, vloog met de heren terug naar Aarde. STS-129 lanceerde zes astronauten en landde er zeven. Het zevende bemanningslid was Nicole Stott, die na een verblijf van vier maanden terugkeerde naar Aarde. Commandant was Charlie Hobaugh, die zijn derde vlucht maakte. Piloot Barry Wilmore maakte zijn eerste vlucht. Missie specialist Randy Bresnik was eigenlijk opgeleid als piloot voor de space shuttle. Het is vrij ongebruikelijk dat piloten optreden als missie specialist. Bresnik voerde zelfs twee ruimtewandelingen uit en bestuurde de ruimtearm van de shuttle. Verder was de vrouw van Randy Bresnik in verwachting en 22 november werd het meisje geboren. Mike Foreman en Robert Satcher Jr. maakten ook twee ruimtewandelingen. Leland Melvin bestuurde de robotarm van de shuttle. Het vluchtplan De lancering van afgelopen maandag is inmiddels in de boeken. Vrij uitzonderlijk dat de shuttle precies op tijd vertrekt, maar deze keer zat alles mee. Ook werd geen puin geregistreerd dat tegen het hitteschild aan kwam. Dag 2 is normaal gesproken gereserveerd voor onderzoek van het hitteschild met de Orbiter Boom Sensor System. Dat hitteschild werd al gauw prima in orde bevonden. Dag 3 koppelde Atlantis aan ruimtestation ISS. Het luik van Pressurized Mating Adapter 2 aan de Harmony werd geopend, waarna de astronauten hartelijk begroet werden door de zeskoppige bemanning van ISS. Het eerste logistieke pallet, ExPRESS-1, werd alvast bevestigd aan het P3 truss element. Aan het eind van dag 3 maakten Foreman en Satcher zich klaar voor de ruimtewandeling van de volgende dag.  Atlantis nadert ruimtestation ISS tijdens de rendez-vous. Op dag vier werden de astronauten gewekt door een alarm voor plotseling lage druk in de Columbus module, maar dat bleek vals alarm te zijn. Mogelijk was het ontstaan door de toevoeging van de nieuwe minimodule, de Russische Mini Research Module-2, die vorige week aankwam. Daarna gingen astronauten Foreman en Satcher naar buiten voor een ruimtewandeling. Ze installeerden een reserve-antenne op de Z-1 truss, legden reservebekabeling aan voor de Space to Ground Antenne en smeerden een aantal onderdelen. Ook dat hoort bij het werk van een astronaut. Na afloop besloot NASA dat de ruimtewandeling een succes was.  Astronaut Foreman bij de Z1 truss. Tussen Foreman en het zonnepaneel kun je een glimp opvangen van het ExPRESS-1 pallet. Foreman en Bresnick maakten zich op voor ruimtewandeling nummer twee op vluchtdag 5. Het meeste werk vond binnen ISS plaats deze dag. Op vluchtdag 6 vond de tweede ruimtewandeling plaats nadat ExPRESS-2 geplaatst was. Foreman en Bresnick plaatsten een systeem genaamd het Automatic Identification System/Grappling Adaptor to On-Orbit Railing (AIS/GATOR) op de Columbus module. Het is een experiment voor het identificeren van schepen vanuit de ruimte. Ook plaatsten zij een systeem dat de draadloze signalen van de camera's in de helmen van de astronauten doorgeeft.  ExPRESS Logistics Carrier-2 wordt geplaatst op de S3 truss.  Ruimtewandeling twee ging zeer voorspoedig. Voorspoedig genoeg om een paar foto's te nemen. Randy Bresnick fotografeerde het reflecterende vizier van Mike Foreman. Op dag 7 kregen de astronauten een half dagje vrij. En Bresnick en Satcher bereidden zich voor op ruimtewandeling drie.  De zon komt op en verlicht het Russische deel van ISS. Op dag 8 kwam het bericht dat Bresnick voor de tweede keer vader was geworden. Beide ouders waren een beetje teleurgesteld dat vader er niet bij kon zijn, maar, zo zei Bresnick, "we hebben niet voor deze timing gekozen". En daarna moest Bresnick ook nog buiten aan de slag. Samen met Satcher plaatste hij een zuurstoftank van de ExPRESS-2 op de Quest module. De zuurstof wordt gebruikt op volgende ruimtewandelingen. Tenslotte werd het materiaal-experiment MISSE-7 geïnstalleerd. MISSE-7 is een pallet met uiteenlopende materialen die voor enkele maanden worden bloodgesteld aan de ruimte, atomische zuurstof en zonlicht.  De ruimtewandelen astronauten konden ook de nieuwe module zien die een week voor STS-129 bij ISS aangekomen was. De Poisk, ook wel de Mini Research Module 2 is bovenaan de foto te zien. De Poisk biedt een extra koppelluik voor de Sojoez en Progress. Dag 9 was de laatste volle dag dat Atlantis gekoppeld was aan ISS. Diverse lading werd uitgewisseld en de voorbereidingen voor ontkoppeling werden getroffen. Tevens nam NASA astronaut Jeffrey Williams het commando van ISS over van Frank de Winne. Frank de Winne was de eerste niet Rus of Amerikaan die het bevel voerde over ISS en hij zal 1 december landen met de Sojoez in Kazachstan.  Astronauten genieten van de maaltijd. Tijdens de STS-129 missie werd ook Thanksgiving gevierd, een dag in Amerika waarbij kalkoen gewoonlijk op het menu staat. Ook de astronauten kregen kalkoen.  De astronauten van STS-129 en astronaute Nicole Stott. Dag 10 namen de astronauten van Atlantis afscheid van ISS. Nicole Stott vloog mee met Atlantis naar de Aarde. Dag 11 was gereserveerd voor de landing die afgelopen vrijdag plaats vondt.  De astronauten van de shuttle maken na ontkoppeling altijd nog even een rondje rond ISS om het resultaat van alweer een missie te aanschouwen. De nieuwe ExPRESS paletten zijn naar de fotograaf toe gericht. Ze zijn direct naast de zonnepanelen te zien. Ze staan loodrecht op de Integrated Truss Structure. Bronnen: NASA's STS-129 presskit, Wikipedia.
|